
Om goed te kunnen communiceren met hoefsmeden en
veeartsen onderling heeft de ondervoet benamingen die voor iedereen waar dan ook
ter wereld hetzelfde zijn. Hiermee kunnen we exact aanduiden waar en op welke precieze plaats het
probleem zich bevindt.
Het is ook aan te bevelen dat iedere eigenaar een beetje op de hoogte is van
deze benamingen, in de praktijk ontstaan nogal eens verwarde verhalen, dit komt
omdat er meestal een eenrichtingsverkeer ontstaat tussen klant en hoefsmid.
De voor en achtervoet verschillen van vorm met elkaar: de voorvoet is rond en de
achtervoet spitsvormig.
|
De
bekapte ondervoet bezien:
A. Hoornwand of draagwand.
|
|
|
De
zijde van de voet bezien: H. Ballen. I. Verzenen. J. Kroonrand. K. Glazuurlaag van de kroonrand.(beschermlaag) L. Hoornwand. M. Verzengedeelte. N. Zijwandgedeelte. O. Toon of teen gedeelte
|
|
|
Voet
van
achter bezien: H. Ballen. I. Verzenen. P. Middelste Straalgroeve. Q. Kootholte.
|
|
![]() |
Gedeelten
van de ondervoet: Voor het gemak delen we de ondervoet in vier delen. Duidelijk is te zien de binnen en buitenzijde, het buitenverzengedeelte (2) loopt verder door (langer) dan de binnenverzenen 1. Binnen verzenkwartier gedeelte. 2. Buiten verzenkwartier gedeelte. 3. Binnen teen kwartiergedeelte. 4. Buiten teen kwartiergedeelte. 1 en 2. achterste voethelft. |

de ondervoet gezien (voorzijde) waarbij we nu precies kunnen bepalen waar de botten zich bevinden:
1.
Kootbeen
2. Kroonbeen
3. Hoefbeen
a. Opperhuid
b. Kroonrand
c. Hoornschoen

Ook kunnen we zijwaarts zien waar de botten zich bevinden.
1.straalbeen
2.hoefbeen
3.kroonbeen
4.kootbeen
5.pijpbeen
6.sesambeenderen (2)
9.griffelbeenderen (2)
