
Wat is....
Breekt een stukje van het hoefbeen af
doordat het paard in een scherp voorwerp trapt of doordat de voet op een steen
of hard voorwerp terechtkomt, dan noemen wij dat een chipfractuur.
Oorzaak en behandeling....
Iedere
dag zet het paard duizenden keren zijn voet op verschillende soorten grond, met of
zonder stenen, op een vlakke bodem of op rotsbodem, in modder en
vuil. De voet moet hiertegen bestand zijn, maar het kan ook verkeerd gaan.
Door een enorme druk op een kleine plaats kan spontaan een stukje van het
hoefbeen afbreken. De chipfractuur ontstaat echter het vaakst doordat het paard
in een scherp voorwerp trapt.
Het paard gaat daarna zeer kreupel. Het wil de voet niet meer volledig belasten en blijft zo mogelijk op de teen lopen.
Door
middel
van röntgenfoto's kan men de chip exact lokaliseren.
De ondervoet wordt geanestheseerd (verdoofd).
De operatie gebeurt onder totale bloedleegte, d.w.z. dat in de kootholte een ligatuur
wordt aangelegd om de bloedtoevoer tijdelijk af te sluiten.
De hoornzool wordt verwijderd en het hoefbeen wordt afgetast op een
beweeglijk stukje hoefbeen (gele lijn).

Zodra het stukje is gelokaliseerd, wordt het geheel verwijderd. De rand van het hoefbeen wordt nauwkeurig gecontroleerd en eventueel gecuretteerd. (Het chipje van het hoefbeen ligt bij de gele lijn en het pincet).

Op de röntgenfoto is een duidelijk afgebroken stukje (chip) van het hoefbeen te zien.

Het verwijderde chipje van het hoefbeen.
Na het verwijderen van de chip wordt de voet beslagen
met een hoefijzer waarop een ijzeren plaat kan worden geschroefd.
Onder deze plaat kan verband wordt gestopt om de wond tegendruk
te geven en het hevig bloeden te stelpen.



Na
een week moet de wond droog zijn: een bewijs dat de operatie goed is gelukt en
alle eventuele fragmenten zijn verwijderd. Wordt een klein stukje bot over het
hoofd gezien, dan zal de wond zich niet sluiten en een ontstekingsreactie te
zien zijn.
Binnen afzienbare tijd wordt een nieuw laagje zoolhoorn gevormd.
Na 8 tot 10 weken is de wond weer zeer goed beschermd met een dikke laag hoornige
zool.
Trapt een paard op een hard stuk steen of maakt het een ongelukkige
sprong, dan kan van het hoefbeen, dat in de hoornschoen verpakt zit, een stukje
botweefsel afbreken.
In de meeste gevallen zal in de schoen een ontsteking ontstaan, waardoor het
paard kreupel kan gaan, maar in sommige gevallen zal het paardenlichaam meteen
reageren en dit los stukje inpakken met bindweefsel. In dat geval brengt dit stukje
geen probleem meer met zich.


Chipfracturen kunnen op de
raarste plaatsen tegen de lederhuid van de zool
ingepakt liggen (gele pijl) om vervolgens op een natuurlijke weg uit het lichaam
te worden verwijderd.
Men kan deze stukjes tijdens het bekappen van de voeten tegenkomen. Zodra het
stukje is
verwijderd, krijgt de zool gewoon weer een normale afgroei.
Als
het stukje door de hoefsmid wordt gevonden, geeft de eigenaar meestal aan dat
het paard een tijd terug onregelmatig is geweest maar dat dit vanzelf is overgegaan.